De Jonghe, Jean (1804-1876)

De Jonghe, Jean (1804-1876)

 

 

J.de Jonghe-portret
Kwekerij uit 'Illustrirte Monatsheft'-1868-

In 2016 schreef Roger Verlinden deze interessante en uitgebreide biografie van Pomoloog Jean De Jonghe …

“Jean De Jonghe stamt uit een West-Vlaams boerengeslacht. Hij werd geboren in Koolskamp op 08 maart 1802 (17 ventose van het jaar 10). Zijn vader Pieter De Jonghe ( -1843) was in 1797 gehuwd met de jonge weduwe Veronica De Müelenaere (1767– 1838). Pieter was winkelier en “zetter” of omhaler van belasting. Hij noemt zijn vader “propriétaire” en diens overlijdensakte vermeldt eveneens "grondeigenaar".

Jean De Jonghe studeerde meerdere jaren in Bonn botanica, en bezocht Heidelberg, Göttingen en andere hogescholen. Daarna maakte hij grote reizen door de tropen, en verzamelde vele schatten.

Hij moet zich rond 1831 in Brussel gevestigd hebben. Hij was er “Secretaire de la Commission des Prisons” en “Chef de Bureau au gouvernement Provincial”.

De Jonghe was ook “Président de la Société de littérature Flamande de Bruxelles”. Hij was "Secrétaire adjoint de la Société Royale de Flore de Bruxelles", lid van de “Société royale linnéenne de Bruxelles”, van de “Société royale d’agriculture et de botanique de Gand, Malines, etc…” en “correspondant de celle de Paris”.

In 1835 woonde hij op de Boulevard de Waterloo 70, met zijn echtgenote, Marie Regina Vandertaelen (1799- ) afkomstig uit Ninove.

 Tegenover de Brusselse Boulevard de Waterloo ligt de gemeente Sint-Gillis, en daar begon hij al rond 1836 met het verzamelen van fruitbomen en het selekteren van nieuwe variëteiten. Hierbij was hij een fervent volgeling van Van Mons.

Hij legde zich ook toe op de kweek van nieuw ingevoerde exotische planten, en won op Brusselse tentoonstellingen vele prijzen met geraniums, Pelargoniums, petunias en fuchsias. Vanaf 1842 begon hij er te koop aan te bieden.

Jean De Jonghe startte in 1846 een professionele kwekerij in de Brusselse Rue des Visitandines 20. Dit is in de marollenwijk, op loopafstand van zijn vorige woonst, en van zijn fruittuin in Sint-Gillis, die hij als “succursale” betitelde. In 1847 laat hij weten al zijn openbare mandaten op te geven om zich volledig aan de wetenschap te wijden. Twee buitenlanders brachten verslag uit over hun bezoek in 1847 aan het nieuwe serrecomplex van De Jonghe. Zij werden binnen geleid in een koude serre, 20m op 7m en nokhoogte 6m, met dubbele ingang, waarin allerlei planten van diverse afmetingen afkomstig uit Zuid-Amerika, Afrika en Azië. Langs een middendeur kwamen ze in de orangerie met rechtover de toegangen tot vier parallelle serres, elk 25m op 4,5m. Rechts de warme serre met zendingen uit de nieuwe wereld. Daarnaast de serre met zaailingen. Dan een gematigde serre met ondermeer hibiscus en vijg, tenslotte de orchideeënserre met dik groen glas en langs een 4 meter hoge muur. In de tuin stonden Camelias, Azaleas, petunias, enz… de Dahlias werden geteeld in Sint-Gillis.

Als professioneel kon hij geen ingevoerde planten meer verkrijgen bij de concurrentie. In 1846 maakt hij een akkoord met explorator Peter Claussen (1804-1855), om diens nieuwigheden te verkopen. Tevens bekostigt hij de vijfjarige reis van Joseph Libon (1821-1861) naar Brazilië, en komt zo aan unieke planten. Libon werd later directeur van zijn plantenkweek.

Maar het gereputeerde tuinbouwbedrijf leed zwaar onder de economische crisis, en De Jonghe had weinig vrienden die hem te hulp kwamen. Hij verkreeg nog 2 jaar uitstel voor betaling van zijn schuldeisers, maar diende in 1858 te stoppen met de kweek van serreplanten en zijn voorraad werd openbaar verkocht.

In 1858 en 1859 wint hij prijzen met zijn fruitcollecties. Daarna zwijgen alle Belgische tijdschriften.

De Jonghe en zijn echtgenote verhuizen begin 1859. Zijn nieuw adres Chaussée de Nieuwmolen 9, Saint-Gilles moeten we vernemen van buitenlanders.

Al in 1855 bezocht Pomologische Monatsheften zijn fruittuin in Sint-Gillis. Zijn verzameling peren stond er op hoogstammige pyramiden. Zowel jonge als 20 jarige bomen blaakten van gezondheid. Een goede wortelbemesting en een beredeneerde zomersnoei waren daar niet vreemd aan. Maar hij was ook bezig met appels, aardbeien en steenfruit.

In 1873 was zijn kwekerij gestopt, was hij weduwnaar, en kwam opnieuw in Brussel wonen, Place du nouveau marché aux grains, 29.

Op 04 maart 1876 overleed Jean De Jonghe in het Sint- Pietershospitaal in Brussel.

Dankzij zijn gedegen wetenschappelijke opleiding, zijn praktische ervaring en zijn gedrevenheid werd hij algemeen aanvaard als autoriteit in zijn vakgebieden, namelijk botanica, pomologie en aardbeien. Hij liet ons heelwat geschriften na, en zijn naam wordt tot op heden vermeld in vakliteratuur.

Botanica

Jean De Jonghe publiceerde drie boeken: Monographie du genre Cyclamen in 1844; Traité méthodique de la culture du Pélargonium in 1844; Traité de la culture du Camellia in 1851.

Daarnaast vinden wij artikels in "Revue Horticole", "Journal d’Horticulture Pratique Belge" en " La Belgique Horticole":

Note sur la culture des Pelargonium in 1842; Le Fuchsia Venus Victrix, De la Tigridia, De l’ Achiménès, de sa culture et de sa multiplication in 1844; Du genre Lobelia et de sa culture, Pivoine, la gloire des Belges in 1845; Phlox insignis, Du Diplodenia à fleurs pourpres, Sur la culture de quelques Mélastomacées in 1846; Melastomacées in 1847; Du Chrysanthème de l’Inde, de sa culture et de sa multiplication in 1848; Note sur la culture des Gesnériées bulbeuses, Du genre Franciscea et de sa culture, Tagetes Patula in 1849; Observations sur la floraison de quelques plantes nouvelles ou remarquables, Plantes nouvelles du Brésil in 1850; Culture of Franciscea Eximia in 1851; Les Achimenes et les Gloxinia, Pentstemons, Franciscaea Confertiflora et Calycina in 1852.

Een overzicht van deze planten vinden wij in zijn catalogue 1854.

De wetenschap eerde hem door een aantal planten naar hem te vernoemen zoals Laelia Jongheana en

Tillandsia Jonghei of zelfs het geslacht Jonghea.

De Jonghe verspreidde aan hoog tempo eigen fruitvariëteiten, onderstaande lijst is zeker niet volledig.

Beurré De Jonghe uit 1865 is van Gambier uit Sint-Genesius-Rhode, en werd aan hem opgedragen. PEREN
1851 Doyenné de Bruxelles

1853 Robert Trail

1854 Leopold Riche

1855 Duc Alfred de Croy

1856 Bési mai

1856 Beurré Délicat

1857 Colmar de Marnix

1857 Joly de Bonneau

1857 Poire Basiner

1857 Prince Camille

1858 Colmar Audent

1858 Doyenné De Jonghe

1858 La grosse figue

1858 Rousselet De Jonghe

1858 Vander Taelen

1859 Charli Basiner

1860 Baron Stampe

1860 Prince de Nassau

1860 Souvenir d’Esperen

1860 Henriette Bouvier

1863 Beurré de Janvier

1863 Docteur Engelbrecht

APPELS
Basiners Reinette

Dr. Lindley

Duivenappel

Géant des Courtpendus

Georg Tittinghof

Jonghe’s Rosenapfel

Lucas’Reinette

Madame Hayez

Prince Camille de Rohan

Reinette Modele

Souvenir de duc Alfred

ABRIKOZEN - PRUIMEN - AALBESSEN

Van Jean de Jonghe is ons geen boek over pomologie bekend. Maar hij schreef er talloze artikels over in Belgische, Duitse en Engelse tijdschriften:

De quelques soins particuliers à donner au printemps aux arbres fruitiers in 1848; De la greffe sur aubépine in 1849; Effets de la température sur les arbres fruitiers in 1850; Doyenné de Bruxelles, Les arbres fruitiers sont-ils susceptibles de dégénérer, Les Framboisiers en 1850, Le Murier à fruit noir, Maladies des arbres fruitiers in 1851; Insectes nuisibles aux arbres fruitiers, Du choix des greffes des arbres fruitiers, L’époque la plus favorable pour la taille des arbres fruitiers, Annotations Pomologiques, Poiriers Américains, L’époque la plus favorable à la transplantation, Quelques Poires Françaises, Du Cerisier in 1852; Doyenné de Bruxelles, Colmar d’Alost in 1853; Profits of Pear-growing, On the Cultuvation of Pear Trees in the Neighborhood of London, On the pruning of pyramidal pear trees, Profits of Pear growing in Belgium in 1854; Origin of the Pear Tree, its Progress and Success, Gewinnung edler birnsorten aus samen (p.406) in 1855; Recherches pomologiques par Van Mons, Propagation de l’Abricotier par semis, Time when Pears should be Gathered, Cheap Houses for growing Peaches and Vines, Praktischer Obstbau und obstbenutzung (p.17), Pincement et ebourgeonnement (p.91), Bogenförmige krümmung und schnitt (p.141), Pomologische untersuchen des hernn professor Van Mons (p.253), Köstliche von Charneu (p.263), Sonnenstich an der obstbäumen (p.270), Unterdrückung angesessten früchte (p.272) in 1856; Sur l’Abricotier, Apricot in 1857; Poires de premier ordre, The Bezi Mai Pear, Orchard Trees in Belgium in 1860; Fruit Culture in Belgium, Poire Besi-Mai, Besy de Mai (p.194), De Jonghes neueste birnen (p.216) in 1861; Beurré De Jonghe (p.9); La Grosse Figue (p.9), Colmar De Jonghe (p.33), Jolie de Bonneau (p.114) in 1866; Bronzée d’Enghien (p.166), Madame Verté (p.226), Beurré de Janvier (p.260) in 1869; Doyenné De Jonghe (p.2) in 1870.

 

Volgens "Revue Horticole" 1868 bekwam De Jonghe “gedrongen, rustieke aardbeien, niet altijd sterk groeiend, met vruchten van gemiddelde grootte, goed van kwaliteit en smaak, maar vooral goed gevormd".

Van Jean de Jonghe is ons geen boek over aardbeien bekend, wel meerdere artikels in diverse binnen- en buitenlandse tijdschriften:

Du Fraisier et de sa Culture in 1846; Récolte des Fraises in 1850; Fraisiers in 1851; On the Strawberry in 1858; Bedingungen der Vervollkommnung der erdbeeren (p.139) in 1862; Conditions du perfectionnement du Fraisier in 1864.

Hij schreef ook artikels over algemene tuinbouw-onderwerpen, ondermeer :

Sur le Guano, engrais exotique in 1842 ; Endives et Chicorées en Légumes et Plantes de Pleine Terre in 1852.

Jean De Jonghe was een bezige bij, met een gedegen opleiding en ervaring, die met binnen- en buitenland correspondeerde. Vanwege het over kop gaan van zijn tuinbouwbedrijf werd er niets over zijn leven en verwezenlijkingen gebundeld. Het was dan ook een hele klus om dit artikel bijna twee eeuwen later samen te stellen. Allicht houdt het internet nog verrassingen in petto! "

Roger Verlinden 2016-

 

 

Wij gaan ons vooral toeleggen op al de aardbeirassen die Jean De Jonghe ontwikkelde.

We gaan deze talrijke variëteiten in een tabel alfabetisch rangschikken en referenties, beschrijvingen en zo mogelijk een illustratie aan toevoegen. Het zijn er meer dan 50 ! Van “Auguste Fousny” tot “Virginie”

***************************************

‘Under Construction’

aardbeienlijst Jean De Jonghe- van 'Auguste Fousny' tot ' Virginie'

Auguste Fousny-1869-

Auguste Fousny--de jonghe

Ref. Franz Goeschke-1874-beschrijving-Krelage, E.H. & zoon -Aardbeicatalogus-1870-

Auguste Retemeyer-1854-

Auguste retemeyer-de jonghe-gloede

Catalogus Ferdinand Gloede-1865-L'Horticulteur Français--Fraises Nouvelles-1854-Catalogus Leboeuf-1879-Catalogus Louis Van Houtte-1871-Franz Goeschke-1874-beschrijving-J.M. Merrick-1870-beschrijving-Catalogus regel & Kesselring-1905-

Baron de Quadt-1866-

Catalogus E.H. Krelage-1868-Franz Goeschke-1874-beschrijving-J.M. Merrick-1870-beschrijving-

Belle de Bruxelles-1852-

Horticulteur Français-1855-p.158-159-

Catalogus Louis Van Houtte-1857-

J.M. Merrick-1870-vermelding-

Franz Goeschke-1874-vermelding-

Catalogus J. De Jonghe-1854-beschrijving-F. Gloede-vermelding-

Bicolore-1849-

Bicolore-VA-1904-de jonghe

Jamin-1885- ( zie tekst boven) F. Gloede-1865-Vilmorin-Andrieux-1904-R. Brunet-1902-J.M. Merrick-1870-

Bijou-1859-

Franz Goeschke-1888-cliché-Gloede-1865-Revue Horticole-Paris-1866-kleurplaat- J.M. Merrick-1870-cliché-Hyans-1953-

Bijou-RH-de jonghe - kopie

Revue Horticole-Paris-1866-kleurplaat-

Bijou-Goeschke-1888-de jonghe

Carniola Magna-1866-

 

Catalogus Fernand Gloede-1865-cliché- zie afbeelding rechts--

Catalogus E.H. Krelage-1866-Catalogus Louis Van Houtte-1871-Catalogus Leboeuf-1879-beschrijving-

J.M. Merrick-1870-beschrijving-

Carniola Magna-car gloede-1865-de jonghe

Charles Downing-1866-

 

Catalogus William Gloede-1876-cliché-

Catalogus Louis Van Houtte-1871-Catalogus L. Späth-1894-Franz Goeschke-1874-beschrijving-

Charles Downing-cat W.Gloede-1876-de jonghe

Choix d’un amateur-1855-

 

Annales de Pomolgie Belge et Etrangère-1853-1860-

Horticulteur Francais-1855- Catalogus Louis Van Houtte-1857-La Belgique Horticole-1858-chromolitho-Ferdinand Gloede-1865-

Choix d'un amateur-BH-de jonghe
Annales de Pomolgie Belge et Etrangère-2

"Choix d'un amateur" op N° 5.--"Reine des Fraisiers" op N° 2.

Docteur Karl Koch-1855-

Gloede-1865-1870-Catalogus Regel & Kesselring-1905- Horticulteur Francais-1860-

Doctor Thompson-1867-

J.M. Merrick-1870-beschrijving-Catalogus E.H. Krelage-1868-

Doctor Thompson

Emeraude-1869-

Franz Goeschke-1874-beschrijving- Catalogus E.H. Krelage-1868-

Reacties zijn gesloten.